At eternity’s gate

Toen ik vorige maand hoorde over de film over Van Gogh wou ik er zeker naar gaan kijken in de cinema. Op de een of andere manier was het er nog niet van gekomen. Zulke films vertoont men niet in doorsnee zalen, je moet dus even op zoek naar een meer artistieke cinema. Ondertussen kan je de film enkel nog in Brussel of de Antwerpse Cartoon’s zien.

Vincent Van Gogh (Willem Dafoe).

Het is een lust voor het oog om deze film op groot scherm te zien. Willem Dafoe zet Van Gogh met veel overtuigingskracht neer. Al spreekt Dafoe Engels en is hij ruim twintig jaar te oud, je gelooft hem. De manier waarop hij loopt en vooral die blik waarmee hij radeloos voor zich uitstaart is verbluffend. De vele close-ups met eigenzinnige standpunten geven al bij de start een beklemmend gevoel. De shots waarbij hij door de velden wandelt met veel hevige kleuren in schokkend bewegende beelden zijn een filmische vertaling van de nerveuze schilderijen van Van Gogh.

Vincent vertelt zijn broer Theo (Rupert Friend) over zijn waanbeelden.

De scène waarin hij vertwijfeld aan zijn broer bekent dat hij blackouts heeft, zal me lang bijblijven met die desoriënterende close-ups. Naarmate de film vordert, past de beeldtaal zich verder aan. De beelden worden warriger, donkerder, minder kleurrijk en deels onscherp. Ze geven treffend zijn veranderende geestestoestand aan. Met de focus op de laatste jaren van zijn leven, dreigt het beeld van de gekke kunstenaar bevestigd te worden. Gelukkig getuigt de manier waarop Dafoe Vincent Van Gogh neerzet van een diep respect voor de schilder en zijn depressieve verwarde geest.

Paul Gauguin (Oscar Isaac) en Vincent Van Gogh.

Ik heb echt genoten van het geluid in deze film. Mogelijk let ik daar wat meer op sinds ik enkele studenten audiovisuele kunst heb leren kennen. Het nadrukkelijk gebruik van natuurlijke geluiden drukt je als kijker in de scènes. Je kan er als toeschouwer niet naast luisteren. De krasse manier om de luide pianomuziek soms abrupt af te breken benadrukt de natuurlijke omgevingsgeluiden en de stilte die het buiten schilderen vaak met zich brengt.

Je zou kunnen denken dat de vele cinematografische ingrepen de aandacht afleiden van het verhaal. Mij stoorde het niet. Julian Schnabel zet deze technieken helemaal in dienst van het verhaal. Zijn ingrepen werken en je wordt vanaf de eerste scène volop in de vertelling meegezogen. Julian Schnabel streeft geen feitelijke weergave van gebeurtenissen uit het leven van de schilder na. Hij schetst veeleer een intrigerend portret waarin de persoonlijkheid van de schilder centraal staat. Het is een zeer geslaagd portret geworden.

Als plein-air schilder vond ik de vele scènes met Van Gogh op stap in de natuur heerlijk om te zien. Ik begrijp die gedrevenheid volkomen. Wanneer hij zegt dat schilderen helpt om het tumult in zijn hoofd te temperen, kan ik dat voluit beamen. Niet dat ik waanbeelden heb, maar schilderen geeft me toch een rust die ik nergens anders vind. Al bedenk ik nu dat een waanbeeld op tijd en stond misschien voor meer pit in mijn werk kan zorgen. Want ik besef vandaag weer als nooit te voren dat ik nog een lange weg te gaan heb…