Architectuur

Buiten schilderen is in de academie niet haalbaar. Doordat we de eerste drie jaren op hetzelfde moment en van dezelfde leerkracht les krijgen, kunnen we simpelweg niet op verplaatsing gaan schilderen. We hebben dus de opdracht gekregen om wat foto’s van landschappen te verzamelen. Voorwaarde is wel dat er gebouwen te zien zijn. In de landschapsoefeningen krijgt het perspectief een belangrijke plaats.

We krijgen nog de essentiële perspectieftheorie voorgeschoteld. Belangrijkste punt is om de ooghoogte of horizonlijn te bepalen en daarop het verdwijnpunt te bepalen, al valt dat meestal buiten het blad. Wanneer dat wordt uitgelegd, lijkt het soms voor de hand te liggen, tot je bedenkt dat bij een straat met een bocht erin er verschillende verdwijnpunten zijn. Dat wordt allemaal mooi uitgelegd aan de hand van een helder voorbeeld. Bij een landschap met hoogteverschil krijg je zelfs extra verdwijnpunten boven of onder de ooghoogte! Na deze theoretische uiteenzetting wordt het wel duidelijk dat we er onze gedachten bij moeten houden.

Of zorgvuldig kiezen, dat kan ook. Op zoek gaan naar foto’s waar maar een of twee verdwijnpunten aan de orde zijn, kan de zaken al een stuk eenvoudiger maken. Zelf maak ik enkele foto’s zodat ik zelf in de hand houd wat erop staat. Met de eerste foto van een woningblok in de Pereboomstraat beperk ik me tot twee verdwijnpunten. Maar zelfs dan blijven de verhoudingen tussen de ‘kleiner wordende’ woningen moeilijk meetbaar.

Uiteindelijk lukt het om alles er ongeveer goed op te zetten. Maar de scherpte van mijn penseeltrekken zou wat beter mogen. Bij een gebouw zijn scherpe lijnen toch wenselijk en dat lukt me niet zo goed. De kleuren komen misschien wat fel over, maar ze geven dit werkje in combinatie met de vlotte borstelstreken wel een fris karakter.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.