Drapages

De voorbij weken hebben we ons toegelegd op het schilderen van drapages. We maken er meteen ook een oefening op complementaire kleuren van. Zoals we al ultramarijn en gebrande sienna gebruikten om zwart te maken, gebruiken we nu andere complementaire kleuren. De eerste keer rood en groen en bij de tweede opdracht blauw en oranje.

Maar dat is nog niet alles. We leren ook om in twee lagen te werken. Onder andere omdat het mooiste zwart verkregen wordt met transparante kleuren die wat tijd vragen om te drogen. Maar die transparantie maakt het ook mogelijk om de eerste week geen wit te gebruiken. Het is even wennen en het eindresultaat na de eerste les is daardoor wat flets. De tweede les komt het dan weer goed. Door nu eerst nog gemengd zwart toe te voegen verdiepen we de kleuren geweldig. Zet daarnaast een streepje met wat wit erdoor gemengd en het begint allemaal te leven.

Drapering in complementaire kleuren rood en groen.

Met al die extra objectieven zou ik bijna vergeten te vermelden hoe moeilijk het is om een drapages op zich te schilderen. Met al die verschillende plooien geraak je al snel de weg kwijt. De kunst is om eerst de grote, opvallende plooien vast te leggen en dan gaandeweg te verfijnen. Het is wel verleidelijk om niet te nauw te kijken, want inderdaad een plooi meer of minder, dat ziet geen kat. Maar toch moet je goed opletten dat je de plooien wel correct weergeeft. Waar valt het licht op, waar zit de diepste schaduw. Die aspecten bepalen uiteindelijk of een plooi er realistisch uitziet.

Door die zwart-wit aanpak is het eindresultaat op zich niet fantastisch. Maar het was wel een heel leerrijke oefening.

Drapering in blauw en oranje.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.