Groen

Een week of twee geleden heb ik op het eind van de les een kleurige grondlaag op een doek gezet. Ik had nog wat groene verf op mijn palet liggen die ik niet wou laten uitdrogen, vandaar. Bovendien krijg ik wel eens commentaar op het veelvuldig gebruik van rood en blauw. Het wordt tijd dat ik daar eens wat aan doe. Met die groene achtergrond moet dat wel lukken.

Omdat die achtergrond een boeiende textuur heeft, dwingt het me een om precies en dus geconcentreerd te werken. Ik begin vanuit de binnenkant en werk zo stilaan naar buiten toe, om te vermijden dat ik in de achtergrond werk. Het zou zonde zijn als ik die achtergrond terug zou moeten overschilderen.

Omdat ik dit portret van opzij bekijk, plaats ik de figuur wat aan de zijkant, dan is er nog ruimte om naar te kijken. Het is een klassiek compositorisch trucje om rust te brengen in het beeld. Als ik het hoofd centraal in beeld zou zetten, geeft dat een onrustig gevoel, omdat de dame dan een beperkte ruimte voor zich heeft. Je kan het ook anders bekijken: op deze manier staat het gelaat centraal in beeld en krijgt het vanzelf de nodige aandacht.

Na een uurtje zit ik wat in de knoei met de schouder. Die lijkt te plat en komt niet naar voren. Er zit te weinig diepte in. Door wat extra aandacht te schenken aan de vormelijke opbouw komt het stilaan goed. Alleen neigt de kleur op een gegeven moment toch te fel naar mijn typische roden. Die gaan heftig de strijd aan met het complementaire groen in de achtergrond. Ik zwak het wat af zodat het harmonisch beter in evenwicht komt. Dan werkt het plots.

Het haar bezorgt me eerst gelijkaardige kopzorgen. Ik teken te veel krullen zonder de algehele vorm te respecteren. Door het zaakje schilderkundig te bekijken komt het al snel goed. Ik let meer op de lichte en donkere partijen en bekijk het wat meer in vlakken. Dat helpt om van het haar een kapsel te maken.

Werkje zonder rood of blauw…

Op het eind pas ik nog enkele details aan in het gelaat en zo komt het allemaal goed.