Negatieve ruimte

Plaasteren hoofd in silhouet.

Als tussendoortje oefenen we twee lessen op het concept van de negatieve ruimte. Dat klinkt misschien niet best, maar laten we het positief bekijken. Veel van de objecten die we tot nog toe hebben geschilderd waren eenvoudige vormen: bol, cilinder, kubus en de afgeleiden daarvan. Nu we al die vormen combineren in een interieur wordt het allemaal een stuk complexer.

Van kinds af hebben we geleerd om objecten te herkennen en te benoemen. We zijn dan ook geneigd die voorwerpen afzonderlijk te bekijken. Zo loop je al snel het risico om al die zaken zonder samenhang te schilderen. Door ons te gaan concentreren op de ruimte rond de voorwerpen, dus niet de objecten zelf, maar de lege of negatieve ruimte er rond, wordt het gemakkelijker. Dat komt omdat we bij de voorwerpen zelf meteen een mentaal — gestileerd — beeld oproepen van het object. Zo’n mentaal beeld houdt zelden rekening met perspectief, kleur of schaduw. Onze mentale beeld maakt het ons dus moeilijker om echt te zien wat we zien.

Door te kijken naar de negatieve ruimte — die op zich niets voorstelt en dus geen mentale tegenhanger heeft – zien we veel sneller de juiste verhoudingen. Als je alle negatieve ruimtes rond een object schildert, houd je een behoorlijk accurate omtrek van je object over.

Na een eenvoudig oefening op een plaasteren hoofd nemen we ook een stel stoelen met poten als model. Al snel wordt duidelijk dat je om die negatieve ruimte correct te schilderen, ook naar de ‘positieve’ ruimte moet kijken. De uiteindelijke conclusie is dat je beide vormen moet zien en schilderen voor het beste resultaat.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.