Elk (nieuw) begin is moeilijk

Na een zomer landschapjes en gebouwen aquarelleren en schetsen, is het weer aanpassen aan olieverf, maar vooral aan het menselijk figuur. Dat blijkt toch weer verdomd moeilijk te zijn. Hier moeten de verhoudingen wel kloppen om het wat aanvaardbaar te maken. Als je een boom in het landschap een meter of drie te klein maakt, of tien meter verder naar links zet, zal geen haan ernaar kraaien. Maar zet een neus of een oor een centimeter naar rechts en je hebt een mislukking neergezet.

In het vijfde jaar mogen we gelukkig meteen beginnen schilderen. We weten ondertussen hoe we het moeten aanpakken. Philippe benadrukt nog even dat we zeker op tijd moeten komen omdat we dit jaar vijfentwintig leerlingen in de klas hebben. Dat betekent dat we ons moeten aanpassen om allemaal nog een plekje te vinden rond het model. Gelukkig zijn er nog enkele studenten op vakantie en krijgen de nieuwelingen de eerste les nog een uitgebreide uitleg.

Misschien dat ik door die uitleg wat afgeleid wordt, ik weet het niet. Of ligt het gewoon aan het nieuwe model? Vorig jaar heb ik gemerkt dat je een model na een tijd begint te kennen, waardoor het vlotter lukt. Enfin, het lukte de eerste les niet geweldig goed. Vandaag heb ik er in een tweede lesbeurt tenminste nog wat diepte en enkele broodnodige details aan kunnen toevoegen. Die kunnen echter de zwakke opbouw niet verdoezelen.

Het eerste schilderijtje van dit jaar, niet om trots op te zijn.

Dan is het schilderijtje dat ik gisteren in één les maakte een klad beter. De compositie is sterker, de kleuren staan fris en hangen goed samen. Er zitten genoeg details in en het model is herkenbaar. Niet slecht voor drie uur werk. Dat bevestigt in principe mijn bewering dat een bekend model vlotter lukt. Er is nog hoop!

Een bekend model in een strakke compositie.