Tegenlicht

Bij de pose op dinsdag sta ik toevallig opnieuw op een plek met mooi tegenlicht. Wel interessant om daar eens op door te gaan. Van de vorige studie weet ik nog dat een donkere achtergrond alvast helpt. En ook dat ik de donkere kleuren best moeilijk vond.

In de eerste aanzet houd ik de goede raad van de meester in gedachte: we werken altijd van donker naar licht. Het zet me aan om de schaduwpartijen flink te overdrijven. Dat levert na de eerste les meteen sterke contrasten op. Het effect van tegenlicht komt al helemaal tot uiting.

De felle contrasten in de ruwe aanzet geven al veel sfeer.

Bij de tweede sessie werk ik vrij snel de lichtere partijen uit en leg me dan nog een tijdje toe op het gedeelte in de schaduw. Het lukt vrij aardig om die partijen zacht te verlichten zonder te overdrijven. De kleuren krijg ik deze keer vrij goed te pakken. De schaduwen blijven behoorlijk donker waardoor de lichte delen sfeervol oplichten.

De schaduwpartijen lukken deze keer beter.

Halfweg de les zit ik aan de achtergrond te knoeien en loop ik vast. In een vlaag van hoogmoed besluit ik nog een werk te beginnen op een gek formaat: veertig bij honderdtwintig. Tegen het eind van de les staat er toch een vrij deftige compositie op.

Minder eenvoudig dan het lijkt, een compositie op zo’n smal formaat.

In de laatste les knoei ik nog verder aan de achtergrond van het eerste werk. Niet dat het echt veel beter wordt. Na een uur schakel ik over naar het andere doek. Het ganse schilderij geef ik nog een tweede laag wat vooral in het lijf voor volume zorgt. Al snel wordt duidelijk dat ik het niet haal. Het hoofd is te groot maar het is te laat om het nog aan te passen want de hand moet er nog op. In het laatste kwartier smijt ik me en lever nog een kloek geschilderde hand af. Die staat er wel goed op. Misschien pak ik later dat hoofd nog wel eens aan.

Voor het hoofd had ik geen tijd meer, over de rest ben ik best tevreden.