Kleurenpalet

Enkele weken geleden merkte ik dat de bodem van mijn schilderbak gescheurd is. Voorlopig valt er nog niets uit, binnenkort allicht wel. Ik profiteer van de vakantie om voor een vervanging te zorgen. Mijn kartonnen vakverdeling bevindt zich eerlijk gezegd al langer in zorgwekkende toestand. Dit is het moment om ook daar wat aan te doen. In m’n schuurtje heb ik nog wat dunne multiplex liggen, daarmee kan ik de vakverdeling wat verstevigen. Nog even een tekeningetje van hoe ik mijn schilderbak organiseer:

Aan de linkerkant zitten de verftubes, rechts houd ik ruimte voor whitespirit, keukenrol, een potje om penselen te reinigen, handdoek, plakband, spelden, paletmessen, cutter, potlood en schetsboekje. Mijn penselen leg ik er meestal bovenop in een bamboematje gerold. Sinds het eerste jaar stop ik mijn verf in de volgorde van het palet in mijn bak. Oorspronkelijk hanteerden we volgend palet van wintonkleuren: citroengeel, cadmiumgeel, cadmiumrood, cadmiumrood donker, crimson lake, ultramarijn, ceruleum, phthaloblauw, veridiaangroen, groene aarde, gele oker, gebrande sienna en titaanwit. Omdat phthalo zo veel kleurkracht heeft, hebben we dat ondertussen vervangen door cobalt. En omdat gebrande omber dekkender is en sneller droogt dan gebrande sienna, hebben we dat ook toegevoegd. 

In een gekke bui heb ik blijkbaar ooit violet gekocht. Ondertussen heb ik gemerkt dat ook veridiaan nogal krachtig is en bij levend model zelden aan bod komt. Dus stop ik aan de buitenkant de kleuren die ik altijd gebruik. De lastiger klanten phthalo, veridiaan en violet zitten in het midden, met nog plaats voor twee reservetubes.

Met de houten vakverdeling blijft alles min of meer op z’n plaats zitten.

Dat kleurenpalet zit goed doordacht in elkaar. Als je de principes kent, kan je met andere verf een gelijkaardig palet samenstellen. Het principe is dat je drie hoofdkleuren hebt: geel, rood en blauw. Die hoofdkleuren kan je niet uit andere kleuren mengen en moet je dus zuiver uit de tube kunnen halen: citroengeel, cadmiumrood donker (strikt genomen zou dat magenta moeten zijn) en ceruleum (of cyaan). Wanneer je verf gaat mengen moet je weten dat complementaire kleuren elkaar opheffen. Twee complementaire kleuren maken grijs of zwart. Vervolgens kan je bedenken dat elk rood dat niet zuiver rood is, ofwel geel ofwel blauw bevat. Als het geel bevat (naar oranje neigt) kan je het perfect gebruiken om met geel te mengen en een ‘zuivere’ kleur bekomen. Als het blauw bevat (naar paars neigt) kan je het perfect gebruiken om met blauw te mengen. Op die manier kan je de kleuren helder en fris houden.

Hetzelfde principe geldt voor blauw dat niet zuiver blauw is. Het bevat ofwel geel (neigt naar groen) ofwel rood (neigt naar paars). Als je blauw met rood wil mengen tot een heldere kleur, gebruik je best een ‘paarsig’ blauw (ultramarijn) en combineert met een paarsig rood (crimson lake of alizarine, eventueel cadmiumrood donker). Doe je dat niet, dan krijg je een vergrijsde kleur. Dat kan uiteraard soms net de bedoeling zijn, dan weet je wat je moet doen: paarsig rood combineren met groenig of neutraal blauw, of oranjerood combineren met paarsig of neutraal blauw. Dan krijg je minder zuivere of grijze kleuren.

Om een kleur te verdonkeren kan je dezelfde principes hanteren. Om het groen van een appel te verdonkeren voeg je er het complementaire rood bij. Als je bedenkt dat het ene groen het andere niet is, kan je bekijken of je groen eerder blauw, of eerder geel is. Als je een blauwig groen hebt, kan je beter een blauwig rood gebruiken: je kleur zal verdonkeren, maar ‘zuiver’ of ‘fris’ blijven. Op de academie vermijden we zwart uit een tube te gebruiken, al was het maar om beter te begrijpen hoe je complementaire kleuren kan gebruiken.

Zodra je de principes van het kleurenpalet doorhebt, wordt het een stuk eenvoudiger. Het boeiende is dat je blijvend mag (moet!) experimenteren. Vergeet al die vaste recepten voor vlees- of haarkleur uit schilderhandboekjes. Je moet zelf op zoek gaan naar je eigen combinaties. In het begin lukt dat niet altijd, maar gaandeweg vind je daarin vast je weg. Aandachtig kijken welke kleur je eigenlijk ziet, dat is en blijft de moeilijkste oefening. Daar helpt enkel veel, heel veel praktijk.